De dingen weten wel beter

Hee, niet schrikken, huis. Ik ben het maar.

Ik fiets alleen maar langs.

Het huis weet dat het niet waar is.

Hou op, je verzint maar wat, zeurt het huis.

Tsja. Zo zijn de dingen. De dingen weten heus wel dat het allemaal niet waar is.

De dingen weten wel beter.

Zij zijn het enige dat voor ‘echt waar’ doorgaat op deze wereld. Zo lang je zichtbaar bent en van een massief materiaal, ga je meteen door naar de hoogste werkelijkheidscategorie: ‘Bestaat’.

Als je staat als een huis is het helemaal meteen van ‘prima, dat ding is zo echt als het maar zijn kan’.

De huizen, ja, die hebben weinig te klagen.

Behalve de huizen die van nature wat angstig zijn. Dat soort voelt de bui al snel hangen. Ramen en deuren sluiten, is dan het devies. O wee als de bewoner zoiets niet doet. Lekkages, overstromingen zijn het minste – met kromme planken en beschimmelde gordijnen als resultaat.

Maar vaak is het onnodig in te gaan op wat de angsthuizen zeggen dat er staat te gebeuren. Meestal steekt er hoogstens een wind op. En wat is er tegen een beetje frisse lucht die door de kamers trekt?

Een bang huis ziet gewoon nogal snel beren op de weg. Nou ben ik geen beer, maar ik sta wel op de weg. En dit huis heeft me dus door; ik schiet nog wel eens een foto.

Twee bangige ramen wapperen onderdanig met hun wimpergordijntjes. Plotseling rommelt vanonder een klimop-snor een kort gegrom over de weg, gevolgd door een lange kraak.
‘Alsjeblieft niet schieten’, klinkt het bibberig uit een kier die eerst helemaal niet opviel. ‘Niet doen!’

Tegenover me een steeds vreemdere gezichtsuitdrukking.

Ach, huis! Ik kijk hem aan via een scherm in mijn hand.

Zo. Is dat nu zo erg? Ecce Domum.

jaaah huis