Lekker lopen

fullsizeoutput_1f5.jpeg

Het was op het randje van Nijmegen en de rest van de wereld. Hier hadden ze gelopen. Ruim tweeduizend jaar geleden. Ruim een halve eeuw geleden. Ruim een week geleden. Grote groepen mensen, tienduizenden. Gewone mensen, mannen, vrouwen, kinderen, ja soldaten, die ook. Allemaal in wandelpas. En nu zie je er niks meer van. Alsof er niks gebeurd is.
Het zit er weer op. De Nijmeegse Vierdaagse. Terugblikkend: in 2017 meldden zich 42.036 wandelaars aan de start, na vier dagen kwamen er 38.409 over de finish.

Dat het Nijmeegse wandelevenement uniek en ook gezellig massaal is, is goed te zien op de plekken waar af en toe verkeer mag oversteken. Dan wordt de meute eventjes ‘opgehouden’: terwijl auto’s snel doorrijden, dikt de groep wandelaars zich in, tot het niet meer kan, waarna de stroom zich kort verhevigt. Alsof iedereen opgelucht is dat het weer normaal doorgaat.

Meedoen is niet belangrijker dan winnen, maar ja, er valt niks te winnen. Dus draait het bij de Vierdaagse om het beste wat er te halen valt: ‘uitlopen’. En dat is echt heel knap. Tweehonderd kilometer in vier dagen, en dat allemaal te voet.

Om de missie tot een goed einde te brengen, is er een lied. Het Vierdaagselied. De tekst is op z’n zachtst gezegd nogal archaïsch, maar dat komt omdat dat lied gewoon uit een andere tijd stamt, oftewel echt antiek is.

Wij lopen de Vierdaagse mee
vol levenslust en moed.
Als goede lopers blijven wij,
altijd op goede voet.
Want wij zijn één voor allen
en allen zijn wij één.
Zo willen wij door Neêrland
en door het leven heen.

Er zijn wel mensen die nieuwe liederen hebben gemaakt ter ere van de Vierdaagse, maar dat zijn meer een soort carnavalskrakers, en zodoende dus slechts interessant voor het hossende publiek zeg maar. Natuurlijk zijn er liefhebbers voor het lied Al mot ik krupe, maar geschikt voor wandelaars is dat niet: als je met elkaar gaat inhaken, dan wordt het zwalken – en haal je de eindstreep natuurlijk nooit.

 

In werkelijkheid is het oorspronkelijke Vierdaagselied trouwens helemaal geen lied, maar een mars. Dat doe je namelijk als je lekker wil lopen: je verplaatsen in marstempo. Daarom zijn er altijd mensen die ‘met de militairen meelopen’. Die houden over het algemeen flink de pas erin.

Langs de wandelroute zitten de toeschouwers. Zij kijken niet alleen, nee, zij hebben een taak. Een belangrijke taak: aanmoedigen. Dus ze zwaaien. Ze joelen. Ze wapperen met vlaggetjes.
Ze draaien keiharde muziek. Dat is vaak tinnef, maar ook wel levendig.
Verder zorgen ze voor voldoende drinken. Delen ze spekkies uit, en chips.
Ze dansen. En ze roepen dat het goed is wat de mensen doen.
Dat ze door moeten gaan.
En dat ze er bijna zijn.

bijna.jpg