In je ooghoek gebeurt van alles

L1020377
Aan de overkant van de straat liep een groepje vrouwen, type ‘fashionmodels’, die langzaam, maar met besliste tred, door de binnenstad liepen. Een kunstactie, onmiskenbaar. Wandelend een traject afleggen, dat kan ook kunst zijn. De beweging van iets of iemand door de ruimte. Een stad bijvoorbeeld.

Op het hoofd droegen de vrouwen allemaal een boek. Op de rug was de titel groot te lezen. Het was de naam van een van de meest invloedrijke schrijvers van de moderne literatuur: Marcel Proust.

Gekleed in hun gladde zwarte jurken hadden ze iets heiligs over zich, alsof ze van een of andere geestelijke orde waren. Ze liepen kaarsrecht, wat het in ieder geval nogal meditatief maakte. Het was een werk van de Servische kunstenaar Irena Haiduk, zo vond ik later, en de titel luidde Spinal Discipline. Aha, vandaar die onvermurwbare houding.

Onverwacht vloog er een boekje van een hoofd.

Door de wind.

De vrouw die het tot even daarvoor had gedragen, bukte zich en legde haast ongemerkt de titel weer terug op zijn plek, ergens hoog boven, op haar kruin.

Hoe indrukwekkend en onverstoorbaar de constellatie van de groep ook mocht overkomen, ik vond het mooi dat er iets viel. Het leven verloopt hier en daar volgens patronen, maar zo nu en dan is het grillig. Kunst ook.

Het werk bleek een vraag aan te wakkeren: hoe je op de juiste manier te omringen met dingen?
Een vraag die me al eerder bezig had gehouden. De weken ervoor moest een huis opgeruimd. Een huis dat lange tijd gefungeerd had als een baken. Er lagen veel spullen, omdat het een plek was waar eigendommen van generaties bij elkaar gekomen waren. Dingen die overblijven als een mensenleven voorbij is. Alsof het verdriet rondom de dood en het verlies niet groot genoeg was, begonnen de dingen ook nog.

Allerlei spullen van lang geleden kwamen uit dozen, koffers en kasten. Bric á brac, opgezette dieren, oude boeken, een haperende computer, foto’s, een enkel vergeten kledingstuk. Van alles bleek nog aanwezig. In het huis lagen mijn wortels niet – nee, officieel niet, maar de tijd was met me aan de haal gegaan: ik was onderdeel geworden van andermans levens en dingen van mij hadden zich er gretig in gerommeld.

Nu was ik in Kassel, traditiegetrouw voor honderd dagen ‘kunsthoofdstad’; sinds 1955 wordt daar om de vijf jaar de Documenta gehouden, de grootste hedendaagse kunstmanifestatie ter wereld.
Ik was in Kassel en voor mijn ogen passeerde een groep vrouwen met Proust op hun bol.

De dingen in je leven, dat wat langskomt, en bij je gaat horen, hoe verhoud je je daartoe?

De vrouwen schreden zwijgzaam voort.

Waren ze op zoek naar iets misschien? Of waren ze, al had het iets plechtigs wat ze deden, slechts bezig met een ommetje, en was het niet meer dan de tijd stuk slaan?

Het zag er mooi uit; ze liepen en hadden een boek op het hoofd, meer was het niet. Misschien was dat al genoeg. Verhulde verbondenheid, zoiets. Zoals een gevoel onverhoeds de kop op kan steken, een korte gemoedstoestand, een flits van een herinnering. Door een geur bijvoorbeeld, of een bepaalde lichtval, door iets wat je in je ooghoek ziet; een slow-motion waarmee iets van vroeger opgeroepen wordt. In je ooghoek gebeurt van alles, of je het nou ziet of niet.

Sommige voorbijgangers hielden even stil. Het was toch wonderlijk: vrouwen die met lange gewaden en een bijzonder loopje de stad tot een artistieke catwalk maakten. De toeschouwers waren geamuseerd en geboeid door de gracieuze beweging van het mysterieuze ensemble dat zomaar voorbij trok.

Zou dit kunnen zijn wat Proust verstond onder ‘met nieuwe ogen’ kijken?

Er werden foto’s gemaakt.

Er waren mensen die gefascineerd achter de groep aan wandelden. Net als die keer, bedacht ik me, dat er een drumband de straat in kwam en we zonder na te denken ineens een stuk door de buurt liepen. Met de muziek mee.

Maar niet iedereen zat op kunst te wachten, zeker niet op kunst die zo’n beetje de hele stoep in beslag nam! Dus waren er ook mensen die dwars door de groep heen wilden. De recalcitrantie werkte niet, want de doorgaande beweging van de performance was verre van onwennig; zo te zien liepen deze vrouwen vaker gezamenlijk op. Ze waren niet uit elkaar te drijven.

Wie het zo nodig moest, kon even door door de groep heen. Zo ging het ook met mensen die er echt geen erg in hadden dat er ook andere dingen om hen heen plaatsvonden. Ja, die waren er ook.

De ‘Proust-wandeling’ voltrok zich zodoende buitengewoon flexibel.

Alles werd eenvoudigweg onderdeel van de performance, die op zijn beurt ook onderdeel was van alles wat er gebeurde de stad.

Een wandeling vloeiend als water. Een wandeling als het leven zelf.

Gelukkig was er de wind die af en toe nog ergens vat op had.

L1020368