Waar rook is… is kunst

Over de Documenta 14

Daniel Knorr Kassel

‘Staat daar iets in de fik?’
‘Ojee, op het dak van die oude toren…’

Inmiddels is de brandweercommandant van de stad Kassel eraan gewend, maar toen de telefoon roodgloeiend stond, is hij toch maar uitgerukt. Een wagen of vier stuurde hij naar de plaats des onheils.

Het was loos alarm: de rokende toren waar iedereen over belde, bleek ‘maar’ een kunstwerk.

Zo’n veertig telefoontjes per dag kwamen er binnen bij de Feuerwache toen het werk net af was. Een van de oudste monumenten van Kassel zou in brand staan. Kunstenaar Daniel Knorr maakte als onderdeel van de Documenta 14 van de beroemde Zwehrenturm, die op de hoek van de Friedrichsplatz staat, een gigantische rookzuil.

In tegenstelling van wat velen bij het horen van de naam van de kunstenaar zullen denken, is het kunstwerk geen geurig soepje dat op het vuur staat.
Elke dag gaan er zo’n vijf rookmachines aan op het dak van de toren. En als het aan de kunstenaar ligt, gaat het associatief ook met iets heel anders gepaard dan de disco-decoratie die er uit komt. Want hoe dan ook staat het idee van rook in Duitsland vrij snel gelijk met de beladen geschiedenis in het land – die van de concentratiekampen, van de Kristallnacht en de boekverbrandingen.

De titel van de rokende toren is Expiration Movement, wat vrij vertaald iets is als ‘uitademen’. Op het eerste gezicht is het inderdaad een supergrote rook-uitblazer. Als het ding goed op dreef is en je staat in de buurt, is het uitkijken dat het zicht je niet ontnomen wordt.

Knorr lijkt nogal wat te willen zeggen met zijn kunstwerk. In Kassel is fanatiek meegedaan aan een van de pogroms in Duitsland die kort voor de Reichskristallnacht plaatsvonden; volgens Knorr in een interview in Der Spiegel niet minder dan een ‘try out’ voor die allesvernietigende nachtelijke plunderingen van alle joodse winkels en andere zaken op de 9de november 1938.

Daarnaast is de rook een manier om de kunstwereld van een kritische noot te voorzien. Het werk is zelf onderdeel van het Westerse denken en de culturele kolonisatie door het Westen. Ja, zo is het dan ook wel weer: juist de Documenta, als dé grootste hedendaagse kunstmanifestatie, toont dat de kunstwereld tevens fungeert als een soort machine of fabriek. Met een schoorsteen die lekker blijft roken.

Desalniettemin ziet Knorr zijn rook-toren als een soort monument voor de vrede, het is per slot bijna witte rook en die is altijd goed zullen we maar zeggen.

De toren van Knorr was bij deze Documenta het kunstwerk dat als eerste af was, waarmee je er ook een ander bijzonder statement in kunt ontdekken: kijk mensen, er is witte rook… er is kunst!

Wat je allemaal in een kunstwerk ziet, is overigens aan de kijker, vindt Knorr. Van hem mag je bijvoorbeeld net zo goed aan Aleppo denken, waar natuurlijk ook jammerlijk veel in rook opgegaan is.

Op die manier vervult de kijker een rol in het geheel en bij de vraag wat kunst is. Knorr houdt zodoende ook niet zo van het onderscheid dat gemaakt wordt tussen politieke kunst en a-politieke kunst. “De beschouwer maakt de kunst tot politieke kunst.”

Brand-kunst wordt het alleen als de brandweer uitrukt. Maar dat gebeurt nu niet meer.