Het grote stijgen

FIETS HALF WATERSPIEGEL

De rivier was opgeleefd, een schitterende stroom
beloofde oneindigheid. Hoog, hoger, hoger.
Ze lokte al een fiets half onder,
 en het water was stormachtig
donker en toch kalm.

Bijna dertien meter – boven N.A.P.
Het grote stijgen, het zat eraan te komen.
De voetgangersbrug was al los van het achterliggende landschap,
alsof ze pootje baadde.
Alleen het zicht
maakte met de verte verbinding,
de sneeuwdagen in de herinnering.

Niet ver van de stad, maar ver genoeg,
de wilde paarden van Nijmegen –
vier Koniks, eigenwijs als ze zijn,
tot hun buiken in de uiterwaarden bij Kekerdom.
Een handjevol mensen keek toe,
een reddingsactie in de Waal.

Een fietser kan het fietsen laten, een paard blijft bij zichzelf.

Mannen gingen naar de paarden toe. In een boot.
De paarden liepen voor de boot uit,
een kleine sloep.
Ze volgden een man in een waadpak
die naast de boot was blijven lopen.
Een paardenfluisteraar, veronderstelde iemand
die aan de kant het gebeuren gade sloeg.

De paarden zwommen net niet, het was een waterdraf;
ze tilden hun benen iets hoger op dan ze gewend waren.
De paarden klotsten. Dat klonk mooi,
het zwiepende verplaatsen van water,
misschien vonden ze het zelf ook een grappig geluid.

De weg was afgezet,
met een trailer en een terreinwagen.
De paarden konden daardoor maar op een manier verder,
uitsluitend richting Millingen.

Maar meteen doorlopen deden ze niet.

Ja, zeg, wat denk je: ze stonden al een paar dagen in het water,
dat maakt hongerig.

Het eerste wat ze deden
toen ze bij de kant aankwamen, was gras eten.

Dat was wel erg lekker groen allemaal,
daar bovenaan de dijk.

Overal waar ze konden, namen ze wat hapjes.

Toen kwam de man in het waadpak,
de veronderstelde paardenfluisteraar,
die de dieren de weg naar boven gewezen had.

De paarden moesten verder doorlopen, een stukje maar,
want anders versperden ze de hele dijk.
“Nou niet lullen”, gaf de man de paarden te verstaan,
harder dan je zou verwachten voor een paardenfluisteraar.

Een van de omstanders ving het toevallig op
en reageerde: “Ze zeíden toch helemaal niks?”
Maar de paardenfluisteraar hoort alles,
ook of paarden staan te zwetsen
en al gras etend iets bekokstoven. Bijvoorbeeld om
zodra iedereen weg is
meteen weer terug te stiefelen,
en morgen weer
de ondergang tegemoet te treden.