Ongeschreven wetten (maar niet voor Joop)

Lieve mensen, laten we het eens over de wetten hebben. De ongeschreven wetten, welteverstaan. Die hangen namelijk samen met de vraag van vandaag: Waarom bestaat de laatste dag van de Tour de France eigenlijk?

Deze dag is een loze dag voor de wielerpraktijk. Een kwestie van uitrijden, niet vallen, een beetje doe-maar-doen-dan. Want de Tour is al beslist. Het is bekend wie gaat winnen, wie tweede wordt, derde, alle truien zijn verdeeld. De bolletjestrui, de groene trui, de witte trui, de gele natuurlijk, alles.

Het algemeen klassement staat al vast, 80,4 kilometer voor het eind werd Chris Froome vandaag gefeliciteerd met zijn derde plek in de Tour. Door de Tourdirecteur. Nee, dat verzin ik niet, dat heb ik niet van horen zeggen, dat is live te zien op televisie.

Alleen voor de sprinters is het leuk, die laatste dag, want zij hebben kans nog een keer te winnen dit jaar. Ze zijn blij dat ze de bergen door gekomen zijn, de sprinters, die zich koest hebben moeten houden, weken lang, en op deze dag kunnen ze het proberen, op de straat der straten van Parijs, op de Champs-Élysées. Vijfennegentig procent zeker dat het een massasprint wordt en dan, holadiee, voluit!

Voor de uitslag van de gehele Tour maakt het niks uit. Er is hoogstens een sprinter met een persoonlijke zege.

De ‘wandeletappe’ naar Parijs wordt de laatste dag ook wel genoemd. Een traditie. Nou, ik heb de schurft aan tradities.

En dat genoegen nemen met alles!

Het gaat toch om het koersen, kom op zeg. Max Verstappen zit toch ook niet gewoon wat te chillen achter het stuur als de vlam nog lekker uit de pijp schiet? Hij is vandaag tijdens de Grote Prijs van Hongarije toevallig met pech uitgevallen, welnu, dat terzijde.

Waar is de tijd gebleven dat Greg LeMond in Parijs, met een paar seconden verschil, tourfavoriet Laurent Fignon – bijgenaamd ‘Le Professeur’, hij is dood helaas – klopte?

Sluit de hele ronde af met een bergetappe buiten Parijs, of met een tijdrit, maar niet met een wielercorso! Thijs Zonneveld, die leuke wielerjournalist, noemt de laatste Tourdag de ‘drol op de slagroomtaart’. En dat is het ook. Het is een flut-etappe. Je wil toch niet al die renners van Sky daar zien rijden met ieder een plastic glaasje champagne in de hand. Fuk toch op! Dat je ze ziet gaan, in een lange rij naast elkaar, rechtop gezeten, gezellig aan de klets, proostend naar de camera, zo van ‘we hebben ‘m al’. De overwinning.

Trouwens. Ik drink ook geen rode wijn meer ook. Althans, geen Franse meer. Ik bedoel, sinds Mart Smeets is gaan vloggen, krijg je mij niet meer met zo’n volgeschonken bel voor het scherm. Zo’n vloggertje met ome Mart is toch wat anders dan de mooie lange Avondetappe, waarin onze ouwe bij een slokje en een hapje in de tuin van een Frans kasteel samen met gasten terugkeek op de dag. Dat laat op de avond mijmerende, dat filosoferende, ja, een soort heilige zegening was het, een nachtsluiting voor zomerse avonden.

En verder? Verder niks. Ja, buigen. Dat mogen we. Want de laatste rit, die van vandaag, is vooral een Tour d’Honneur, voor de renners een bewijs dat ze het gehaald hebben, iets om van doordrongen te zijn, dat je erbij bent na ruim 3234 kilometer – let wel 17 procent moet voortijdig naar huis, dat is nagenoeg een vijfde van het totaal aantal renners.

Altijd proberen er aan het eind wielrenners grandioos weg te komen. Zie je ze gaan, wordt ineens wordt het peloton wakker en gaat de hele meute achteraan. Als een bloeddorstige roedel met een jong hertje. Prompt is zo’n held op kop compleet kansloos.

Die laatste kilometers in Parijs komt niemand meer weg.

Het tempo zit in de Tête de la course op het allerlaatst om en nabij de zestig kilometer per uur. Dat beulstempo kan groepsgewijs weliswaar aangehouden worden, in z’n eentje trekt niemand dat. Kop over kop gaat het in het peloton, constant. Voor de hordes uit vluchten zit er dus niet in.

Martin Luther King! Hij zei het al: I have a dream. Ja, mensen, één keer komt de droom uit. Een keer komt er een ploeg die zich niet aan die afspraak houdt. Die het peloton aan flarden rijdt. Moet dat kunnen, Mart? Ja, dat moet toch kunnen. In andere etappes kan het ook.

Het belangrijkste echter is dat op de laatste dag het echte aanvallen op de gele trui, het demarreren, ‘not done’ verklaard is. Er is een ongeschreven regel die nageleefd wordt, alsof de Tour georganiseerd is door Don Corleone zelf.

Niet dat ongeschreven regels en wetten makkelijk te bestrijden zijn. Iemand moet ze echter doorbreken, of in ieder geval moeten de pogingen nooit opgegeven worden. In 2005 is het Aleksandr Vinokoerov gelukt weg te blijven uit de greep van het peloton. LeMond behaalde zijn opzienbarende zege in 1989.
En een heel speciaal jaar was 1979, toen schreef Joop Zoetemelk geschiedenis. Onze eigen Joop! Hij dacht niet: de strijd is gestreden. Hij zei niet: het is mislukt, het zij zo. Hij was niet gefrustreerd, hij wilde geen gelijk hebben. Hoe noem je dat? Onhollands? Ja, Joop hád inderdaad een Franse vrouw…

Jopie ging erop af. Bernard Hinault had bijna het nakijken. Zijn rivaal gaf niet op.
Het zorgde voor een prachtige finish. Getweeën kwamen ze over de eindstreep met minuten voorsprong op alle anderen. Joop had zich er niet bij neergelegd.

Nu moet ik wel iets toegeven. Ik vond het dit jaar toch weer leuk. Ik heb met plezier gekeken. De luchtbeelden van Parijs, met de Eiffeltoren, de Seine die overal doorheen meandert, de Arc de Triomphe. Die gevechtsvliegtuigen boven de boulevards, die hadden voor mij niet gehoeven, dat moet gezegd. Vooral top was dat de Duitse commentatoren (in Berlijn kijk ik ARD1) ook cultuurfeitjes erbij meldden. Over de musea die in beeld kwamen, over de beroemde villa Savoye van Le Corbusier. Het was me, kortom, een genoegen.

Het ergste vond ik het einde op zich. Verdomme, weer een tour voorbij. Weer een zomer verder. En daar kan ik geen renner of tourorganisator de schuld van geven. Daar ging Sylvain Chavanel. Zijn bijnaam: de Machine. Achttien keer reed hij de tour mee, vanaf zijn twintigste elk jaar op rij. Hij is achtendertig, drie etappes won hij in de loop van de jaren, en nu is het schluss, een ererondje, een paar kilometer, mocht hij, de ouwe rot, op kop.

De Belg Yves Lampaert, de Belgische landskampioen, nam op het eind het voortouw. Totdat ‘de roedel’ kwam, met daarin de winnaar Alexander Kristoff, een Noor, van de ploeg uit de Verenigde Arabische Emiraten, de United Arab Emirates.

En zo weet iedereen meteen dat UAE geen strijdkreet voor bij een of andere haka is, maar de naam van een land.

Joop


 


 

tekst: Ilona Verhoeven


Welja, je krijgt hier alles cadeau en we zijn nog  blij met je ook!

Groetjes uit de Mixed Media Soup:

www.mixedmediasoup.com


 

Advertenties