De tekensdief

Tekens. Geheime taal… Waar vind je die?

Max Ernst, zijn schaduw en ik.

Nee, geen seintjes! Maar tekens, als in symboliek.

De dingen dienen zich vaak gewoon aan. Als iets leuks of interessants, soms iets mysterieus, om op te pikken.
Althans, zo ging het meestal bij de grote meester Max Ernst.

In veel van zijn werk gebruikte hij beeldtaal en vormen die ergens anders vandaan leken te komen. In een onlangs geopende tentoonstelling in de Sammlung Scharf-Gerstenberg in Berlijn wordt Ernst zelfs een ‘Zeichendieb’, een tekensdief genoemd.

Het had ermee te maken hoe Ernst de wereld om hem heen bezag. Op de vraag wat zijn favoriete tijdverdrijf was, schijnt hij ook spontaan te hebben geantwoord: ‘kijken’. Het voedde zijn verbeelding, zo meldt een van de teksten in de tentoonstelling in Berlijn-Charlottenburg. 
Als een ‘dief’ van tekens maakte Ernst gebruik van wat hij al eerder voor ogen had gehad. Zijn kunst zit vol met vormen die ergens anders uit afkomstig lijken te zijn of naar iets verwijzen. Van stijlkenmerken uit andere en oude culturen tot aan vormen uit de natuur.

Met behulp van boombladeren vervaardigde hij bijvoorbeeld frottages, en van afbeeldingen uit oude boeken en tijdschriften maakte hij collages. Echter altijd zonder dat je zag waar het vandaan kwam. De ‘bronnen’ hield hij zorgvuldig vóór zich, en ook de oorspronkelijke vorm maakte hij ‘onzichtbaar’, door knipnaden strak op elkaar te plakken, zonder enige overlap.

Het onderbewuste speelde bij Max Ernst een belangrijke rol. Veel van wat op zijn pad kwam, mondde in zijn werk uit in iets nieuws. Via via, zeg maar. Zo ging het mogelijk met de Egyptische hiërogliefen als inspiratiebron voor de nieuwe taal in de grafiekmap Maximiliana oder die widerrechtliche Ausübung der Astronomie. De map is vormgegeven in samenwerking met de Georgisch-Russische typograaf Ilia Zdanevich, werkend onder de naam Illiazd, die net als Max Ernst in de jaren zestig in Parijs woonde. In de tentoonstelling nemen de prenten een prominente plaats in. 

Ze gaan over de gelijknamige planetoïde die in 1861 ontdekt was door de Duitse amateurastronoom Wilhelm Leberecht Tempel, en de map bevat naast teksten van de sterrenkundige een aantal illustraties en een nieuwe (beeld)taal van Max Ernst. Het is een taal die bestaat uit alleen figuren, een nieuw soort alfabet. Het geheel geldt als een eerbetoon aan astronoom Tempel.

De titel van de map is overigens tevens een verwijzing naar Ernsts voornaam, die voluit Maximilian luidt. De niet-bestaande taal van Ernst in Maximiliana doet volgens de tentoonstellingsmakers denken aan de écriture automatique van de surrealisten.
En aan de Egyptische hiërogliefen dus, die we tegenwoordig ‘lezen’ als een taal die bestaat uit plaatjes.

Zodoende is het werk van Max Ernst een mooie aanleiding voor de Staatliche Museen van Berlijn om een deel van de Egyptische verzameling voor het voetlicht te brengen. Daaronder bijzondere beeldjes van valken van zo’n drieduizend jaar oud en de Kalabscha-poort – een voorbeeld van van oud-Egyptische architectuur én een van de pronkstukken afkomstig uit het nu tijdelijk gesloten Pergamon-museum. De uit de schatkamer opgediepte stukken zijn prachtig, maar wat echt triggert is uiteindelijk toch het werk van Max Ernst, meester van het surrealisme. En overbrenger van bijzondere tekens.

De tentoonstelling <Max Ernst. Zeichendieb> is nog te zien tot en met 28 april 2019 in de Sammlung Scharf-Gerstenberg in Berlijn, Schlossstr. 70, Charlottenburg. Openingstijden: dinsdag tot en met vrijdag van 10.00 tot 18.00 uur, zaterdag en zondag van 11.00 tot 18.00 uur.

Advertenties